Deel deze pagina:

Artikel

Wettelijke reserves bij scale-ups

“Moet dat vermogen echt op slot?”

Investeert jouw scale-up via een aparte werkmaatschappij in software, een platform, AI-toepassingen of productontwikkeling? Dan kunnen die geactiveerde ontwikkelingskosten invloed hebben op de wettelijke reserves binnen de groep. Wat we in de praktijk vaak zien: de wettelijke reserve voor ontwikkelingskosten uit een 100%-deelneming wordt automatisch ook in de holding overgenomen.

Logisch op het eerste gezicht, maar niet in iedere situatie nodig. Zeker bij een deelneming met een negatief eigen vermogen is het slim om verder te kijken dan wat er vorig jaar in de jaarrekening stond.

Geschreven door: Anne de Bruijn – Finance Consultant (AA)

De reflex: de reserve één-op-één overnemen
Stel: je hebt een holding met daaronder een 100% ontwikkelingsmaatschappij. In die werkmaatschappij wordt geïnvesteerd in bijvoorbeeld software of een digitaal platform. Worden die ontwikkelingskosten volgens de verslaggevingsregels geactiveerd, dan komen ze op de balans van de werkmaatschappij te staan. Voor dat bedrag wordt daar een wettelijke reserve voor ontwikkelingskosten gevormd. Die reserve voorkomt dat vermogen wordt uitgekeerd dat feitelijk nog vastzit in de geactiveerde ontwikkelingskosten. Omdat de holding 100% van de aandelen houdt, wordt die reserve in de praktijk vaak ook op holdingniveau overgenomen. De gedachte: een deel van het vermogen van de deelneming kan niet vrij naar de holding worden uitgekeerd. Maar dat betekent nog niet dat de holding de reserve altijd één-op-één moet overnemen.

Negatief eigen vermogen?
Bij innovatieve scale-ups is een negatief eigen vermogen in de werkmaatschappij niet ongewoon. Er wordt volop geïnvesteerd in ontwikkeling, terwijl positieve resultaten vaak pas later volgen. Juist dan kan een standaardverwerking zorgen voor een onnodige wettelijke reserve op holdingniveau. Heeft de deelneming een negatief eigen vermogen, dan is er bij de holding geen positief vermogensbestanddeel dat voor hetzelfde bedrag beschermd hoeft te worden. De verliezen binnen de deelneming compenseren de geactiveerde ontwikkelingskosten immers al.

Neem je vervolgens op holdingniveau zonder verdere beoordeling toch dezelfde wettelijke reserve voor ontwikkelingskosten over, dan kan dezelfde uitkeringsbeperking feitelijk dubbel in het eigen vermogen terugkomen. Kort gezegd: de wettelijke reserve in de werkmaatschappij en de verwerking bij de holding gaan beide over dezelfde geactiveerde ontwikkelingskosten, maar dat betekent niet automatisch dat de holding de reserve één-op-één moet overnemen. De vermogenspositie van de deelneming hoort in die beoordeling mee te wegen.

Wat verandert er dan in de jaarrekening?
Blijkt uit de beoordeling dat op holdingniveau een te hoge wettelijke reserve is aangehouden? Dan kan een reclassificatie naar de overige reserves nodig zijn.

Zo’n reclassificatie heeft doorgaans geen invloed op:

  • het totale eigen vermogen;
  • het resultaat van het boekjaar;
  • de waardering van activa en passiva.

Wat wel verandert, is de samenstelling van het eigen vermogen. Daardoor sluit de presentatie beter aan bij de economische werkelijkheid en wordt duidelijker welk deel van het vermogen daadwerkelijk juridisch gebonden is.

De impact op scale-ups
Bij snelgroeiende ondernemingen verandert er veel. Er wordt geïnvesteerd in software, platforms, AI-toepassingen en productontwikkeling, terwijl winstgevendheid vaak nog in ontwikkeling is. Geactiveerde ontwikkelingskosten en een beperkt of negatief eigen vermogen komen daardoor regelmatig naast elkaar voor. Tegelijkertijd worden wettelijke reserves in de jaarrekening vaak simpelweg uit eerdere jaren overgenomen. En precies daar kan het misgaan: een reserve blijft staan, terwijl de onderliggende situatie inmiddels is veranderd. Een correcte verwerking geeft niet alleen een beter beeld van het eigen vermogen, maar is ook relevant voor aandeelhouders, investeerders, financiers en andere stakeholders die naar de financiële positie van de onderneming kijken.

Wat moet je dan checken?
Bij de beoordeling van de wettelijke reserve voor ontwikkelingskosten is het belangrijk om onder andere te kijken naar:

  • de hoogte van de geactiveerde ontwikkelingskosten in de werkmaatschappij;
  • de actuele vermogenspositie van de deelneming;
  • de verhouding tussen de wettelijke reserve en de overige reserves binnen de deelneming;
  • de wijze waarop de deelneming in de holding wordt gewaardeerd;
  • de verwerking van de wettelijke reserve in eerdere boekjaren;
  • wijzigingen in de groepsstructuur of vermogenspositie.

De uitkomst hangt af van de specifieke situatie. Een negatief eigen vermogen is een belangrijke factor, maar de juiste verwerking vraagt altijd om een beoordeling van het totale beeld.

Is die reserve nog wel nodig?
Een wettelijke reserve die in een eerder boekjaar logisch was, hoeft niet ieder jaar automatisch ongewijzigd mee te gaan. Zeker bij scale-ups, waar de financiële positie snel kan veranderen, loont het om deze reserves periodiek opnieuw te beoordelen. Dus: neem de wettelijke reserve van de werkmaatschappij niet simpelweg over, maar beoordeel welk deel op holdingniveau daadwerkelijk gebonden moet zijn op basis van de actuele vermogenspositie en de verwerking van de ontwikkelingskosten.

Twijfel je of de wettelijke reserves binnen jouw onderneming nog correct zijn verwerkt? Stan en ik kijken graag met je mee. Neem gerust contact met ons op voor advies over jouw specifieke situatie.

Gerelateerd

Wil je niks missen? Meld je aan!

Alles over asqin, trends en ontwikkelingen in onze branche en events in jouw mailbox.

Aanmelden - Nieuwsbrief
Privacy